|
Anatomie
Anatomie komt van het Latijnse "anatome" wat zoveel betekent als "opensnijden". Men deelt de anatomie in 3 verschillende onderdelen: de anatomie, de embryologie en de cyto-histologie. Anatomie staat voor de ontleedkunde, embryologie staat voor de studie van de ontwikkeling voor de geboorte en cyto-histologie staat voor de studie over cellen en weefsels. Dankzij anatomie kan men veel leren over de (innerlijke en uiterlijke) bouw van het lichaam, de ontwikkeling ervan en de werking ervan. De kennis van de anatomie (bouw) is uiteraard erg belangrijk voor de fysiologie (werking) en pathologie (ziekte).
Voor de duidelijkheid deelt men het lichaam in verschillende systemen:
Huid, haar nagels
Spierstelsel
Zenuwstelsel
Bloedsomloop
Immuunsysteem
Spijsverteringsstelsel
Ademhalingsstelsel
Voortplantingsstelsel
Bewegingsstelsel
De systemen zijn niet afhankelijk van de plaats waar ze liggen maar wel van de organen die ze bevatten. Deze organen bestaan op hun beurt dan weer uit weefsels, die opgebouwd zijn uit levende cellen. In totaal telt een lichaam ongeveer 100 000 miljard cellen.
In de Middeleeuwen was het ontleden van een menselijk lichaam ondenkbaar. De paus had een decreet waarin stond dat niemand een lijk mocht opensnijden. Bovendien was de bevolking bang om door God gestraft te worden als ze zoiets zouden proberen. Het duurde dus jaren alvorens men iets van de innerlijke anatomie leerde kennen. Men wist wel hoe een lichaam er van buitenaf uitzag (de macroscopische anatomie) maar men had geen idee van de binnenkant. Uiteindelijk was het de arts Vesalius die de grondslag van de anatomie legde. Hij begon met het dissecteren van lijken en dit werd natuurlijk een grote doorbraak in de anatomie. Jaren later vond Antoine van Leeuwenhoek dan de microscoop uit, waardoor de microscopische anatomie ontstond (innerlijke anatomie).
Anatomie is "zware kost" en dat zullen veel (student) verpleegkundigen, artsen,... wel beamen. Dat komt onder andere omdat er veel Latijnse en Griekse woorden in de anatomie voorkomen, de zogenaamde "medische terminologie". Al zien die woorden er soms verschrikkelijk complex uit, toch zit er een logische structuur in: nagenoeg elk woord bestaat uit een voorvoegsel, een wortel en een achtervoegsel. |