home

Belangrijke figuren en periodes in de geneeskunde

Vroeger beschouwde men een ziekte als een straf die opgelegd werd door kwade goden, demonen en geesten. In die tijd geloofde men dat waarzeggers, priesters en tovenaars de enigen waren die voor genezing konden zorgen. Deze machtige figuren spraken tot de kwade goden, demonen en geesten en vroegen hun vergiffenis voor wat de zieke hen misdaan had. Met behulp van dans, offers, spreuken en verhalen werd er medelijden gevraagd voor de zieke aan de geesten.

In het begin was men enkel en alleen geïnteresseerd in fysieke aandoeningen. Pas jaren later begon men zich ook te gaan interesseren voor het psychische aspect.

In de Griekse geschiedenis is het opvallend dat er steeds meer aandacht werd besteed aan de lichaamshygiëne, en aan morele ziekten. Men hecht belang aan baden, lichaamsbeweging, voedingsevenwicht enzovoort.

Een ongetwijfeld gekende en belangrijke figuur in de geschiedenis van de geneeskunde, is de Griek Hippocrates (460 - 377 voor Chr). Hij wordt ook wel de vader van de geneeskunde genoemd, omdat hij één van de eersten was die ziekte een juiste betekenis kon geven. Hij zei dat ziekte niets te maken had met straffen maar dat het hier ging om een onwelbehagen is die door verschillende factoren kon veroorzaakt worden zoals verkeerde voeding, te weinig hygiëne, weinig aandacht voor het lichaam en de geest,... Hij legde ook belangrijke punten open voor onderzoeken die jaren later verder gezet zouden worden, denk maar aan zijn omschrijving over epilepsie, verloskunde, het beenderstelsel etc. Uiteindelijk kwam er ook de "eed van Hippocrates". Dit is een stuk tekst die een arts moet beloven of zweren als hij z'n artsenpraktijk begint. Daarin moet hij o.a beloven dat hij nooit een mens moedwillig zal schaden, dat hij geen dood zal veroorzaken, dat hij zijn leermeesters zal in ere houden, dat hij  het beroep in eer en geweten zal uitvoeren,...

Na Hippocrates waren er jarenlang geen uitzonderlijke ontdekkingen meer. De geneeskunde leefde als het ware in een roes.

Toen maakte de wereld kennis met ene Aulus Cornelius Celsus, een Romein die leefde van 25voor Chr tot 45 na Chr. Deze man werd schrijver van erg belangrijke medische werken. Zo maakte hij een samenvatting van de Hippocratische geschriften en noteerde hij ook belangrijke uiteenzettingen die hij zelf had ondervonden tijdens zijn praktijken.

Na Celsus, kwam de Griek Galenus (129 - 199na Chr) Hij ontdekte dat er in de aderen geen lucht stroomt, maar wel bloed en dat het hart de centrale pomp was daarvoor. Daarnaast maakte hij ook vooruitgang in de psychische geneeskunde; hij toonde aan dat hersenen de bron waren van gedachten en intellegentie. Zijn bijdrage in de studie van de hersenen was zeker niet miniem! Nog een erg belangrijke bevinding van hem, was dat de zetel van het ziekteproces niet altijd dezelfde is als waar hij zich klinisch manifesteert.

De school van Salerno was eveneens een erg belangrijk hoogtepunt in de geschiedenis van de geneeskunde. Het was namelijk zo dat er in een klooster met monniken medische teksten werden bestudeerd. Eeuwen later werd dit eigenlijk de eerste werkelijke school voor geneeskunde.

En zeker niet minderwaardig, de school van Montpellier, wat eigenlijk het eerste universitaire centrum voor geneeskunde werd... en dit binnen Europa! Hun hoofddoel bestond erin de kritische en objectieve observatie terug naar z'n hoogtepunt te brengen. En dat was (jammer genoeg) iets wat men de jaren daarvoor grotendeels uit het oog verloren was.


Leonardo da Vinci, was een invloedrijk man in de geschiedenis van de geneeskunde. Hij hield zich voornamelijk bezig met structuren en vormen van het lichaam. Hij dissecteerde lijken en maakte zo een belangrijke vooruitgang in de medische wereld. Hij deed zijn uiterste best om nauwkeurig de anatomie, fysiologie en (in mindere mate weliswaar) de pathologie van verschillende lichaamsdelen te omschrijven.

De Zwitser Paracelcius (1493 - 1541) was dan weer een man apart. In zijn tijd werd hij als gek beschouwd omdat hij het aandurfde om de oude geschriften te weerleggen die z'n voorgangers hadden opgemaakt. Maar uiteindelijk bleek, dat hij het toch wel vaak bij het juiste eind had. Later werd hij de grondlegger van de farmaceutische chemie genoemd.


Nog een heel belangrijke man, (zeker voor de belgen), was Andreas Vesalius, die een rasechte Brusselaar was. Hij ging in zijn studiejaren in verschillende grote Europese steden gaan studeren en deed er onderzoeken. Door zijn werk, wekte hij heel wat interesse van  studenten en die probeerden in zijn voetsporen te treden. Hij spoorde hen aan om zelf het menselijke lichaam te bestuderen, en zo weinig mogelijk rekening te houden met alle theorieën die men tot dan toe kende.

De wereld maakte ook kennis met de microbioloog Antoni van Leeuwenhoeck, aan wie men de microscoop te danken heeft en de ontdekking van de rode bloedlichaampjes.


Toch werd het William Harvey die de bloedsomloop perfect omschreef; hij besprak de rol van het hart maar evenzeer de fysiologie van de bloedsomloop in al z'n glorie.

Ook de chirurgie neemt zijn trein doorheen de ontdekkingen en evoluties. Ongetwijfeld moet de naam Ambroise Paré hier ook een ereplaats in krijgen. Hij werd de vader van de moderne chirurgie genoemd. Hij deed niet enkel spectaculaire ondekkingen omtrent de chirurgie, maar hij legde ook een basis voor de orthopedie want hij was de uitvinder van de kunstledematen. De man verbeterde ook vele chirurgische instrumenten en vond er zelfs een paar nieuwe uit.

Robert Koch
Jérome Fracostor legde de basis voor de bacterioilogie en zocht ook naar specifieke chemotherapie.

Voor de biofysica en moderne biochemie was Claude Bernard de verantwoordelijke.

Terwijl Robert Koch (links op foto) dan weer zijn verdienste deed in de wetenschap over de microben.


Joseph Lister was de geneeskundige die als eerste  bedenkingen had omtrent het feit dat micro-organismen misschien wel overgedragen konden worden door externe zaken zoals lucht, besmette materialen etc.

Maar het werden toch Ignaz Semmelweis en Oliver Wendell Holmes  die het heft in handen namen op het vlak van steriele hygiëne: ze vonden antiseptische en aseptische methoden uit en ze legden de belangen uit over het steriel handelen, aan de medische wereld.

HOME                                                                                                                                            INFO OVER ANATOMIE