home

Bewegingsaparaat: anatomie (bouw)

De spieren

Spieren (musculus) zijn weefselstructuren van cellen. In totaal heeft een mens meer dan 600 spieren. We kunnen de spieren indelen naargelang hun soort:

  • Gestreepte spieren
    • Dit type spier hecht zich vast aan het skelet en staat onder willekeurige controle: ze doen wat wij hen opdragen. Men noemt ze soms ook somatische spieren.
  • Gladde spieren
  • Hartspieren

Als we een spier ontleden, vinden we verschillende delen terug: de spierbuik (het rode, zachte weefsel van een spier) en de spieruiteinden (die zich vasthouden aan het bot). Deze laatsten zijn wit, lang, smal en stevig. We noemen ze ook "pezen".

De beenderen

Over het ganse lichaam hebben we een totaal van 206 botten (os). Elk bot is een orgaan dat er witachtig uitziet en omgeven wordt door een beenvlies (periosteum). Sommige botten zijn hol zoals vb de oogkas, de sinussen etc. In grote botten zit beenmerg. Hieronder een overzicht van de botten:

  • hersenschedel
    • os frontale
    • os parietale
    • os occipitale
    • os sphenoidale
    • cranium (schedel)
  • aangezichtsschedel
    • os ethmoidale
    • os zygomaticum
    • maxilla
    • os nasale
    • mandibula
    • os palatine
    • os lacrimale
    • vomer
    • conchae nasale inferior
    • os hyoideum
  • oor
    • malleus (hamer)
    • incus (aambeeld)
    • stapes (stijgbeugel)
  • schoudergordel
    • clavicula (sleutelbeen)
    • scapula (schouderblad)
  • borst
    • vertebra cerivale (cervicale wervels)
    • vertebra thoracale (thoracale wervels)
    • vertebra lumbale (lumbale wervels)
    • sternum (borstbeen)
    • costa (ribben)
  • arm
    • humerus (opperarmbeen)
    • ulna (ellepijp)
    • radius (spaakbeen)
  • hand
    • os scaphoideum
    • os lunatum
    • os triquetrum
    • os pisiforme
    • os trapezium
    • os trapezoideum
    • os capitatum
    • os hamatum
    • os metacarpale
    • phalanx proximalis
    • phalanx media
    • phalanx distalis
  • bekkengordel
    • os coxae (heupbeen)
    • os sacrum (heiligbeen)
    • os coccygis (stuitbeen)
  • been
    • femur (dijbeen)
    • patella (knieschijf)
    • tibia (scheenbeen)
    • fibula (kuitbeen)
  • voeten
    • calcaneus
    • talus
    • os naviculare
    • os cuneiforme mediale
    • os cuneiforme intermedium
    • os cuneiforme laterale
    • os cuboideum
    • os metatarsale
    • phalanx prosimalis
    • phalanx media
    • phalanx distalis

De wervelkolom is al een statisch kunstwerk op zich: het bestaat uit rugwervels met daartussen tussenwervelschijven (discus). Zo heeft men 7 nekwervels (cervicale lordose), 12 borstwervels (horacale kyphose), 5 lendenwervels (lumbale lordose) en 2 staartbeenwervels (waaronder het hieligbeen en het stuitbeentje). Doorheen de wervelkolom loopt het wervelkanaal, waarin het ruggenmerg zich bevindt.

De borstkas telt 24 ribben (costae), waarvan 12 aan elke zijde, en een borstbeen. Dit geheel heten we de ribbenkast. De ribben hangen aan de achterkant vast aan de wervelkolom. De bovenste zeven paren zitten vast aan het borstbeen vooraan. De achtste, negende en tiende ribbenparen noemen we de ware ribben omdat ze vooraan verbonden zijn met de bovengelegen rib. De onderste twee paren daarentegen heten we de zwevende ribben omdat ze vooraan niet vast zitten.

De gewrichten

Een gewricht bestaat uit 2 botuiteinden die met elkaar verbonden zijn. Elk botuiteinde heeft kraakbeen met daarrond soort van gewrichtssmeer (synovia, wat zorgt voor smering van de gewrichten én voeding van kraakbeen). Rond het gewricht zitten ook nog gewrichtsbanden (ligamenten; één van de meest gekende ligmenten zijn de kruisbanden). Er zijn verschillende soorten gewrichten naargelang de taak die ze uitvoeren of de plaats waar ze zitten:

  • Scharniergewricht (zoals een deurscharnier) zoals vingerkootjes
  • Rolgewricht zoals onderarm waar spaakbeen om de ellepijp draait
  • Zadelgewricht vb handwortel en middenhandsbeentje van de duim
  • Eivormig gewricht vb polsgewricht
  • Kogelgewricht vb heupgewricht

Kraakbeen is een soort beweeglijk bindweefsel dat bestaat uit kraakbeencellen zoals chondrocyten en chondroblasten. De buitenkant van kraakbeen is bedekt met perichondrium. Men kan verschillnede types kraakbeen onderscheiden zoals het vezelig kraakbeen (terug te vinden in o.a de heup), de hyalien kraakbeen (waaruit een embryo bestaat) en een elastisch kraakbeen (zoals het strotklepje).

HOME                                                                                   FORUM                                                                         MEER INFO OVER DIT THEMA

Laatste herziening van deze pagina gebeurde op 28.01.2009