Blaas (urine)

De urineblaas (vesica urinaria) is een hol orgaan dat bestaat uit verschillende lagen glad spierweefsel. Het is een elastisch orgaan dat kan uitrekken en inkrimpen wanneer nodig. Wanneer de blaas druppelsgewijs gevuld wordt is de holte zichtbaar. De blaas is terug te vinden achter het schaambeen, op het einde van de twee urineleiders die de urine naar de blaas brengen. De urineleiders lopen zijdelings in de blaas.

De blaas dient als tijdelijke opslagplaats voor urine: ze kan in totaal zo'n 400cc opslaan. Ze heeft dus 3 taken: ze dient de urine op te vangen van uit de urineleiders, de urine tijdelijk opslaan en zorgen dat de urinelozing kan plaatsvinden (samen met de urineleiders). Het voorzien van de urinelozing gebeurt samen met het trigonium, die zorgt dat we een plasdrang voelen. Als de signalen van het trigonium te sterk worden en we plassen niet, dan zal het lichaam ervoor zorgen dat de urine automatisch geloosd wordt. Baby's herkennen dit gevoel van plasdrang niet, waardoor ze steeds automatisch plassen.

Op bovenstaande afbeelding ziet u de nieren (2 boonvormige organen) en de blaas (in het vakje) met daartussen de urineleiders (2 draadjes) die de nieren met de blaas verbinden.

Home

Laatst bijgewerkt op 12.09.10