|
home

|
De bloedsomloop: fysiologie (werking) |
Functie van het bloedvatenstelsel
Het doel van het bloedvatenstelsel is in de eerste plaats om alle lichaamsdelen (organen, weefsels, cellen,...) te voorzien van bloed. Dat bloed heeft het lichaam nodig omdat bloed zuurstof en voedingsstoffen (zoals eiwitten, koolhydraten enz) vervoeren. Tergelijke tijd neemt het bloed de afvalstoffen van in het lichaam op om die later uit te stoten. Elke cel heeft zuurstof en voedingsstoffen nodig maar tergelijke tijd willen de cellen ook hun afvalstoffen en kooldioxide kwijt aan het bloed. Je moet weten dat de totale bloedsomloop (zoals hieronder gedetailleerd beschreven is- ongeveer 1 minuut in beslag neemt om de volle 5 liter te laten circuleren. Men deelt het bloedvatenstelsel in 2 categorieën, naar gelang de functie ervan:
- De kleine bloedsomloop (uitwisseling zuurstof en afvalstoffen)
- Die zorgt ervoor dat zuurstofarm bloed zuurstofrijk wordt. Dat gaat als volgt: het hart pompt zuurstofarm bloed naar de longen toe. In de longen zal het bloed voorzien worden van zuurstof (dankzij de haarvaten) en tergelijke tijd mag het bloed de afvalstoffen die het vanuit het lichaam meegenomen heeft, afgeven. Nu het zuurstofarme bloed zuurstofrijk geworden is én de afvalstoffen afgegeven zijn aan de longen, kan het bloed nu terugkeren naar het hart.
- De grote bloedsomloop (lichaam voorzien van dat zuurstofrijke en koolsdioxide-arm bloed)
- Die zorgt ervoor dat alle lichaamsdelen (cellen, weefsels, organen,...) voorzien worden van zuurstof (dat het bloed met zich meevoert) en dat de afvalstoffen die zich in het lichaam bevinden afgevoerd kunnen worden met het bloed. Dat gaat als volgt: het hart pompt bloed doorheen het ganse lichaam en overal waar het bloed langskomt, voorziet het de cellen van zuurstof en zorgt het ervoor dat de weefsels hun afvalstoffen kunnnen afgeven aan het bloed. Daarna keert het zuurstofarme bloed (want de zuurstof is afgegeven aan de cellen), terug naar het hart. De afvalstoffen worden ter hoogte van de lever, nieren en darmen verwijderd, terwijl de kooldioxide het lichaam kan verlaten via de longen.
Werking van het bloedvatenstelsel
Zowel het hart als de slagaderen zelf zorgen ervoor dat het bloed gelijkmatig door de aderen stroomt. Wanneer het hart bloed doorheen een slagader pompt, zal de slagader uitzetten. Op het moment dat het gepompte bloed doorheen de slagader stroomt, gaat deze laatste vernauwen waardoor er een stuwend effect onstaat. De lichaamsslagader (aorta) en de grootste slagaders (die van de aorta aftakken) zullen ervoor zorgen dat het bloed gelijkmatig door de aderen stroomt en niet in stoten door de aderen bewegen. Weet ook dat de slagaders vertrekken van het hart en naar de organen lopen. De aders daarentegen brengen het bloed naar het hart toe. Ten slotte zorgen de haarvaten de verbinding tussen slagaders en aders.
Bloed van onder de gordel stroomt terug naar het hart. Hoe werkt dat?
Het is (door de zwaartekracht) niet zo vanzelfsprekend dat bloed van onder de gordel (onderbuik, benen, voeten,...) naar het hart stroomt. Maar daar heeft het lichaam de nodige aanpassingen voor voorzien. Het hart heeft een aanzuigende kracht: hij zuigt als het ware het bloed terug naar boven, dus naar zichzelf toe. De aderkleppen zorgen ervoor dat het bloed maar in 1 richting stromen kan. Ook de spieren helpen een handje: zij zullen de aders als het ware "masseren" waardoor het bloed beter kan doorstromen.
Het opmeten van de bloeddruk
Door middel van een bloeddrukmeter (tonometer of sfygmomanometer) kan men de bloeddruk opmeten: de druk waarmee het bloed tegen de wanden van de slagaderen drukt. Die druk hangt af van het tempo en de kracht van de beweging die het hart uitvoert, de hoeveelheid bloed die in het lichaam circuleert én de elasticiteit (en/of diameter) van de aderen.
Om de bloeddruk te kunnen opmeten plaatst men een stethoscoop net onder de opblaasbare band die boven de elleboog werd geplaatst. Aan die band hangt een klein meettoestelletje dat voorzien is van een wielletje. Draait men aan het wielletje, dan lost de band zachtjes. Vanaf het moment dat de eerste hartslag te horen is, spreekt men van de "bovendruk" (systolische druk). Meestal ligt die rond de 120: wat men uitdrukt in 12mmHg. Daarna zal men opnieuw de band laten lossen (aan de hand van het wielletje waar men aan draait). Op het moment dat de hartslag niet meer hoorbaar is, spreekt men van de "onderdruk" (diastolische druk). Die ligt gemiddeld rond de 80mmHg. Men zal dan zeggen dat de bloedddruk vb "12 op 8" is of "12 over 8". Ter info: er bestaat ook een digitaal systeem om de bloeddruk op te meten maar dat wordt niet zo frequent gebruikt.
HOME FORUM MEER OVER DIT THEMA |