De verschillende types bloedcellen en bloedcelfragmenten worden gevormd in het rode beenmerg en hebben elk hun eigen functie.
Rode bloedcellen zorgen ten eerste voor het transport van zuurstof (aanvoer) en koolzuur (afvoer) in het bloed, ten tweede voor de rode kleur (dankzij de ijzer) en ten derde voor het ijzergehalte in het bloed. Het is immers zo dat rode bloedcellen hemoglobine bevatten, en dat bevat op zijn beurt ijzer. Ijzer is noodzakelijk om zuurstof (van de longen) naar alle cellen te transporteren. Na een kort leventje van 120 dagen zullen de rode bloedcellen zich verplaatsen naar de milt om door witte bloedcellen afgebroken te worden. Bij die afbraak komt er ijzer vrij, wat door het lichaam opgeslagen wordt ter hoogte van de milt, lever en het beenmerg.
Witte bloedcellen zijn verantwoordelijk voor de natuurlijke afweer van ons lichaam: ze vernietigen schadelijke micro-organismen zoals bacteriën, virussen, schimmels etc. Een typische eigenschap voor witte bloedcellen is, dat ze kunnen veranderen van vorm. Dat komt hen goed uit voor de verplaatsing doorheen het lichaam, op zoek naar indringers of schadelijke stoffen (denk maar aan kankercellen). Wanneer de witte bloedcellen een schadelijke stof ontdekt, zal hij die omsluiten en vernietigen. In de anatomie van het bloed kwamen we te weten dat er verschillende types witte bloedcellen bestaan. Elk van hun heeft ook een eigen takenpakket: de macrofagen zijn opruimers omdat ze vreemde elementen opnemen die ze in het bloed tegenkomen, basofielen zijn verantwoordelijk voor het bestrijden van allergenen, eosinofielen kunnen een aantal micro-organismen bestrijden en zullen zich ook aantrekken van allergieën, neutrofielen zijn volledig gefocust op micro-organismen, granulocyten (zo geheten omwille van hun vele "granula" of "korrels") zijn als het ware "vijand-etende" cellen.
Bloedplaatjes zijn vooral noodzakelijk voor de bloedstolling: wanneer er ergens op het lichaam een wondje optreed, zullen de bloedplaatjes zo snel mogelijk rond het wondje gaan samenklonteren en kan het beschadigde vaatje gaan samentrekken. Na een poosje zal fibrine (het propje dat bestaat uit bloedplaatjes) gaan vasten. Dan kan het wondje inwendig genezen.