De term duidt aan dat het hart verzwakt is en daardoor minder goed kan presteren. CHF komt vaak voor: in Nederland zijn er een 200 000-tal patiënten. Bovendien komt het vooral voor bij mensen ouder dan 60 jaar.
De risicofactoren van CHF liggen bij een hoge bloeddruk (hypertentie), bloedarmoede (anemie), hartklepproblemen, hyperthreyoïdie, COPD, coronaire hartziekten en cardiomyopathie (hartspierlijden). Mensen die reeds last hadden van hartfalen lopen meer risico op chronisch hartafelen.
De symptomen van hartfalen zijn vooral kortademigheid, verminderde eetlust, gezwollen ledematen en misselijkheid. Het risco op atherosclerose en een hartinfarct neemt hierdoor toe.
Chronisch hartfalen kan eventueel voorkomen worden door er een gezonde levensstijlop na te houden. Een arts kan een onderzoek aanbevelen aan de hand van een ECG, echocariografie en X-stralen.
Indien vast staat dat u last hebt van hartfalen, kan men u betablokkers (medicijnen tegen hartritmestoornissen), ACE-remmers (bloeddrukverlagende medicijnen), diurectica (stimuleert de vochtafdrijving) en asperines. In sommige gevallen is een harttransplantatie de oplossing.