Gewrichten

Een gewricht bestaat uit 2 botuiteinden die met elkaar verbonden zijn. Elk botuiteind heeft kraakbeen met daarrond een soort gewrichtssmeer (synovia) wat zorgt voor de smering van de gewrichten en de voeding van het kraakbeen. Rond het gewricht zitten gewrichtsbanden (ligamenten). Gewrichten zijn de noodzakelijke verbinding tussen twee botuiteinden die zorgen voor de mobiliteit van het lichaam.

Er zijn verschillende soorten gewrichten, naargelang de taak die ze uitvoeren of de plaats waar ze zitten, krijgen ze een naam. De scharniergewrichten zijn te vergelijken als deurscharnieren: ze kunnen dus voor en achterwaarts bewegen maar niet zijwaarts. Denk maar aan de vingerkootjes. Een rolgewricht kan draaien: u kunt dit zien in de onderarm waar het spaakbeen om de ellepijp draait. Het zadelgewricht is bvb de handwortel en de middenhandsbeentjes van de duim. Een eivormig gewricht kunt u vinden ter hoogte van de pols, en tot slot is er ook een kogelgewricht zoals het heupgewricht.

Op de bovenstaande afbeelding krijgt u een zicht op de verschillende soorten gewrichten.

Home

Laatste herziening gebeurde op 14.09.10